Publicaties

Tsunami hart- en vaatziekten

Hartnood hoog bij vrouwen

Stresstest personeel niet populair bij wergevers

Probleemloos afvallen

Meer capaciteit Inspectie voor terugdringen beroepsziekten

Werkstress beroepsziekte nr. 1

Bedrijven doen (te) weinig tegen verzuim

Gehooraandoeningen 2e op overzicht beroepsziekten

meer publicaties >

 

 

disclaimer | sitemap

Ben ik te dik?

Of u het nu zwaarlijvig, corpulent of gewoon dik noemt, het is een plaag. Het belast de gewrichten en kan leiden tot artrose, het belast de aderen en kan hartaanvallen en beroerten bespoedigen. De extra kilo's bemoeilijken het bewegingsapparaat.
 
En de ongemakken beperken zich niet tot het fysieke. Veel mensen met overgewicht kampen met schaamtegevoelens en soms met depressies. Maar wanneer bent u nu eigenlijk te zwaar?
 
Om daar achter te komen kunt u uw eigen Body Mass Index (BMI) uitrekenen. De Body Mass Index is bedacht door de Belgische statisticus Adolphe Quetelet en wordt dan ook wel de Queteletindex genoemd. Het is de gemakkelijkste manier om zelf te bepalen of u over- respectievelijk ondergewicht heeft of niet.
 
De BMI geeft uw gewicht in relatie tot uw lengte en de formule luidt: lichaamsgewicht in kilo's gedeeld door de lengte in meters in het kwadraat. Als het getal wat daaruit komt tussen de 18 en de 25 ligt, hebt u een gezond gewicht. Scores van onder de 18 zijn een indicatie van ondergewicht, en scores van boven de 25 wijzen op (licht) overgewicht. Scoort u boven de 30 dan hebt u ernstig overgewicht.
 
Over deze categorieën bestaat echter geen wetenschappelijke consensus. Dat komt onder andere omdat de BMI oorspronkelijk was bedoeld om iets te zeggen over grote groepen mensen, en niet over individuele personen. Ook zegt de formule niets over de samenstelling van het lichaam. Er zijn wel gevallen bekend van atleten, zoals bodybuilders, die een BMI scoorden van ver boven de dertig, maar toch bij lange na niet dik zijn omdat het gewicht bestaat uit vetvrije massa. Spierweefsel heeft namelijk een groter soortelijk gewicht dan vetweefsel. Daar komt bij dat vrouwen van nature een gemiddeld hogere BMI hebben dan mannen. Voor kinderen gelden in verband met groeispurten en de daarmee samenhangende schommelingen in vetpercentages en hormoonhuishouding andere grenzen.
 
Op http://212.78.187.13/bmi/ kunt u de BMI meting doen van de Nederlandse Hartstichting. Die meting houdt ook rekening met uw leeftijd.
 
Bron: Apeldoornse Courant De Stentor, 30 januari 2007.